De omvormer bepaalt wat uw panelen opleveren

Op de foto staat een grote zonnestroominstallatie met de omvormerbehuizing aan de rand van het veld. Bij een woning is dat kastje kleiner en hangt het binnen, maar de functie is dezelfde: alles wat de panelen opwekken, gaat er doorheen voordat het bruikbaar is.
Zonnepanelen leveren gelijkstroom bij een spanning die met de instraling meebeweegt. Het elektriciteitsnet en vrijwel alles in huis werkt op wisselstroom van 230 volt en 50 hertz. De omvormer maakt van het een het ander, en doet dat zo nauwkeurig dat de opgewekte stroom naadloos met het net meeloopt.
Een paneel levert bij elke combinatie van licht en temperatuur een andere optimale spanning. De omvormer zoekt die voortdurend op met een techniek die maximum power point tracking heet, afgekort MPPT. Hij verschuift het werkpunt honderden keren per seconde en houdt zo het vermogen op het hoogst haalbare punt.
Naast omzetten bewaakt het apparaat de installatie: hij meet de isolatieweerstand van de panelen, kijkt of de netspanning binnen de grenzen blijft en meet zijn eigen temperatuur. Wijkt iets af, dan schakelt hij af en toont hij een foutcode. Dat is geen defect maar de bedoelde werking.
Valt het net weg, dan stopt een gewone omvormer onmiddellijk, ook als de zon volop schijnt. Dat heet eilandbedrijfdetectie en is verplicht, zodat monteurs niet aan een spanningsloos gewaande kabel werken waar toch stroom op staat. Wie bij een stroomstoring toch stroom wil, heeft een omvormer met een aparte noodstroomuitgang en meestal een accu nodig.
Belangrijk zijn het maximale AC-vermogen in watt, het toegestane DC-vermogen, het maximale ingangsvoltage, het aantal MPPT-ingangen, de beschermingsgraad en het rendement. Die zes bepalen of een omvormer bij uw dak past. De merknaam zegt daar op zichzelf niets over.
Een omvormer slaat geen stroom op en maakt uw panelen niet zuiniger. Hij bepaalt wel hoeveel van de opgewekte energie daadwerkelijk bruikbaar wordt, hoe het systeem met schaduw omgaat en wat u kunt uitlezen. Dat maakt hem het onderdeel dat de meeste invloed heeft op de opbrengst en tegelijk het onderdeel dat het eerst vervangen moet worden.
Op de behuizing zit meestal een display of een rij ledlampjes: groen voor normaal bedrijf, oranje of rood bij een melding. Daarnaast zit er een werkschakelaar waarmee de gelijkstroomzijde wordt losgekoppeld. Weet waar die schakelaar zit en wat de lampjes betekenen; dat is de eerste informatie die een monteur aan de telefoon vraagt. De handleiding staat vrijwel altijd online op typenummer, dus noteer dat nummer ergens waar u het terugvindt.
Reken op tien tot vijftien jaar, tegenover twintig tot dertig jaar voor de panelen. Eén vervanging tijdens de levensduur van de installatie is normaal.
Ja, een paar watt in bedrijf en heel weinig 's nachts. Dat verbruik zit al verwerkt in het opgegeven rendement.