De omvormer bepaalt wat uw panelen opleveren

Op de foto ligt een gewoon woonhuisdak vol panelen. Het vermogen van die panelen samen is het uitgangspunt voor de keuze van de omvormer, maar de omvormer hoeft dat vermogen niet te evenaren.
Een installatie heeft een paneelvermogen in wattpiek en een omvormervermogen in watt wisselstroom. Die twee hoeven niet gelijk te zijn. Panelen halen hun piekvermogen alleen onder testomstandigheden die in Nederland zelden voorkomen: loodrechte instraling, heldere lucht en vijfentwintig graden celsius.
In de praktijk wordt de omvormer tien tot dertig procent kleiner gekozen dan het paneelvermogen. Bij vier kilowattpiek aan panelen hangt er dan een omvormer van drie tot drieënhalve kilowatt. Die verhouding, de DC-AC-ratio, zorgt dat de omvormer vaker in zijn gunstige werkgebied draait en niet het grootste deel van het jaar op een fractie van zijn vermogen sudderd.
Op de tien tot twintig zonnigste uren van het jaar kan de omvormer afknijpen: hij levert dan zijn maximum en de rest blijft liggen. Dat heet clipping. Over een heel jaar gaat het om een fractie van een procent tot enkele procenten, en dat weegt niet op tegen de betere prestaties in de rest van het jaar.
Op een zuiddak met optimale helling en zonder schaduw, of bij installaties waar de opbrengst op piekmomenten belangrijk is, houdt u de verhouding dichter bij één. Bij oost-west-daken kan de omvormer juist kleiner, omdat de twee vlakken nooit tegelijk hun maximum halen.
Neem het aantal panelen maal het wattpiekvermogen per paneel; dat is uw DC-vermogen. Deel dat door de gewenste verhouding en u hebt het omvormervermogen. Twaalf panelen van 430 wattpiek geven 5160 wattpiek; met een verhouding van 1,2 komt u uit op een omvormer van ongeveer 4,3 kilowatt.
Wie later panelen wil bijplaatsen, kiest nu een omvormer met ruimte in vermogen en in het aantal MPPT-ingangen. Dat kost bij aanschaf weinig extra en scheelt straks een complete vervanging. Meld een uitbreiding altijd opnieuw bij de netbeheerder.
Nederland heeft ongeveer duizend zonuren aan bruikbare instraling per jaar. Een systeem van vier kilowattpiek levert daarmee grofweg 3400 tot 3800 kilowattuur, afhankelijk van oriëntatie, helling en schaduw. Dat getal is bruikbaar om te controleren of een offerte realistisch is: staat er een opbrengst in die daar ver boven ligt, vraag dan waarop die berekening is gebaseerd.
Nee, hij begrenst alleen op piekmomenten. Wel moet hij binnen de door de fabrikant toegestane DC-verhouding blijven, anders vervalt de garantie.
Die draait het grootste deel van het jaar op een klein deel van zijn vermogen, waar het rendement lager ligt. Bovendien betaalt u voor vermogen dat u nooit gebruikt.
Ja, tot de door de fabrikant toegestane verhouding, meestal 1,2 tot 1,5. Daarboven vervalt de garantie en gaat het apparaat vaker afknijpen.