De omvormer bepaalt wat uw panelen opleveren

De foto toont een string-omvormer aan een muur, met daarnaast de werkschakelaar. Dit is het model dat in Nederland op de meeste zolders en in de meeste garages hangt: één apparaat waar alle panelen op uitkomen.
Bij een string-omvormer worden panelen achter elkaar geschakeld tot een reeks, een string. De spanningen tellen op, de stroom blijft gelijk. Een string van tien panelen levert daardoor een paar honderd volt, wat de verliezen in de kabels beperkt en de installatie eenvoudig houdt.
Het is de goedkoopste en eenvoudigste opzet: één apparaat, één plek, één stuk bekabeling. Voor een gewoon dakvlak zonder schaduw is er weinig reden om iets anders te kiezen. De omvormer hangt bovendien binnen, waar hij goed bereikbaar is voor onderhoud.
In een serieschakeling bepaalt het slechtste paneel de stroom door de hele string. Een schoorsteen, een dakkapel of een boom die over twee panelen schuift, drukt daarmee de opbrengst van de hele reeks. Moderne panelen hebben bypassdioden die de schade beperken, maar het effect blijft merkbaar.
Panelen op oost en op west horen niet in dezelfde string, want hun optimale werkpunt verschilt door de dag heen. Daarvoor heeft de omvormer aparte MPPT-ingangen nodig. Een omvormer met twee ingangen kan twee dakvlakken los van elkaar regelen.
Elke omvormer heeft een minimale en een maximale ingangsspanning. Te weinig panelen in een string en hij start pas laat op; te veel en de spanning op een koude, heldere ochtend kan boven het toegestane maximum uitkomen. Een installateur rekent dat door met de temperatuurcoëfficiënt van de panelen.
Voor een gewoon dak met één of twee vlakken, zonder noemenswaardige schaduw en zonder de wens om per paneel te meten. Dat is in Nederland de meeste installaties. Bij dakkapellen, bomen of veel kleine vlakken loont het om naar optimizers of micro-omvormers te kijken.
Vraag hoeveel panelen er in elke string komen, op welke ingang die string wordt aangesloten en met welke koudste temperatuur is gerekend. Vraag ook of er ruimte overblijft voor uitbreiding. Die drie antwoorden zeggen meer over de kwaliteit van het ontwerp dan het merk op de doos, en u hebt ze later nodig bij storingen of bij vervanging van het apparaat.
Naast de omvormer zelf komt er een werkschakelaar en een eigen groep met de juiste beveiliging. Houd daar bij de planning rekening mee: in een volle meterkast is soms een uitbreiding nodig, en dat is werk dat vooraf begroot hoort te worden in plaats van op de dag van installatie te blijken.
Meestal zes tot twintig, afhankelijk van het paneeltype en de spanningsgrenzen van de omvormer. De installateur berekent dat op basis van de koudste te verwachten temperatuur.
Soms, als de omvormer nog ruimte in vermogen en spanning heeft en de nieuwe panelen bij de bestaande passen. Meng geen verschillende paneeltypen in dezelfde string.
Technisch vaak wel, maar directe zon en temperatuurwisselingen verkorten de levensduur. Binnen of onder een overstek is beter.